NVMz-nieuws
nummer 4, oktober 2004
INTERVIEW
M. Hendriksen-Ansing, voorzitter van de Stichting 2003 Jaar van de Boerderij
M. Hendriksen-Ansing
Op 25 oktober jl. vond in Amersfoort de slotmanifestatie plaats van het Jaar van de Boerderij. Over de bereikte resultaten en de plannen voor de toekomst sprak ik met mevrouw M. Hendriksen-Ansing, voorzitter van de Stichting 2003 Jaar van de Boerderij.
Hoe bent u betrokken geraakt bij het Jaar van de Boerderij?
Al langer ben ik via bestuurlijke functies betrokken bij de monumentenzorg. Zo was ik in de jaren negentig bestuurslid van het Gelders Genootschap en was ik lid van de begeleidingscommissie van het MIP en daarna voorzitter van de begeleidingscommissie van het MSP in Gelderland. In deze begeleidingscommissie heb ik kennis gemaakt met Ellen van Olst, die toen directeur van de Stichting Historisch BoerderijOnderzoek (SHBO) was. Toen Ellen van Olst in 1998 het initiatief nam voor het Jaar van de Boerderij was ik burgemeester van Hoevelaken. Omdat ik als burgemeester van een kleine plattelandsgemeente te maken had met de ingewikkelde problematiek die in het landelijk gebied rond agrarische bedrijven speelt, paste ik goed in het profiel dat men van een voorzitter voor de Stichting had en heeft men mij gevraagd dit op me te nemen.
Het is mij opgevallen dat het Jaar van de Boerderij niet alleen heel opvallend aanwezig was in de samenleving, maar ook dat er zoveel verschillende disciplines bij betrokken waren. Hoe heeft u dit weten te bereiken?
In 1998 is de Stichting 2003 Jaar van de Boerderij opgericht. Als voorbeeld hadden we het Jaar van het Industrieel Erfgoed in gedachten. De reden om de aandacht te richten op het thema boerderijen was de zorg die er bestond over het snelle tempo waarin historische boerderijen verdwijnen en het langzaam veranderende karakter en identiteitsverlies van het landelijk gebied als gevolg daarvan. Het doel van de Stichting is dan ook het behoud en zorgvuldig beheer van de historische boerderijen en erven en het scheppen van voorwaarden waarmee aan de landelijke bouwkunst op verantwoorde wijze een nieuwe toekomst kan worden geboden.
Dit is niet alleen een breed onderwerp waar veel mensen uit verschillende disciplines bij betrokken zijn, maar het spreekt ook velen aan die er niet beroepsmatig bij betrokken zijn. Bijna iedereen geniet wel eens van een wandeling of fietstocht door het landelijk gebied. Vandaar dat vanaf het begin zowel vertegenwoordigers van de landbouworganisaties als vanuit de monumentenzorg, natuurbeheer en het toerisme betrokken zijn bij de Stichting. Een breed draagvlak onder het publiek en in de politiek is noodzakelijk om wat te kunnen bereiken. Met het oog hierop hebben we in 1998 als eerste gezorgd dat in elke provincie, voor zover aanwezig met behulp van de provinciale Boerderijenstichtingen, werkgroepen werden opgezet waarin diverse organisaties gezamenlijk een programma voor het Jaar van de Boerderij zijn gaan samenstellen. Vanuit deze werkgroepen, die als aanspreekpunt in de provincie functioneerden, zijn vele publieksactiviteiten georganiseerd en zijn veel regionale en lokale publicaties rondom het thema van de grond gekomen. De werkgroepen, die door het landelijke projectbureau werden ondersteund, hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het bekend worden van het Jaar van de Boerderij.

