NVMz-nieuws
nummer 2, december 2006
BOEKEN
Goed voorbeeld doet goed volgen
Veertien jaar geleden, ik was nog maar een paar maanden in dienst bij de Monumentenwacht Nederland, kwam een groep Engelse monumentenzorgers op werkbezoek. Ze wilden alles weten over onze praktische aanpak om historische bouwwerken in stand te houden. En met alles bedoelden ze ook alles. Na een paar dagen voelden we ons als uitgeknepen sponzen. Meer vragen volgden later per telefoon en email.
Uit het contact groeide onder andere een jaarlijkse werkweek van een groep studenten van de University of the West of England uit Bristol. Ze studeren daar aan de faculteit Built Environment voor building surveyor, een mix van architectuur, bouwtechniek en makelaardij gericht op het opstellen van gecertificeerde inspectie- en schaderapporten. Tijdens hun werkweek laten we ze kennis maken met onze aanpak van de monumentenzorg, stadsvernieuwing en stadsuitbreiding.
Tijdens het zilveren jubileum van de Monumentenwacht in 1998 ging een lang door ons gekoesterde wens in vervulling; het uitgeven van de publicatie “Monumenten onderhouden”. Niet alleen in ons land oogstte dat handige, vlot leesbare boekje veel lof; de Engelsen vonden ook dit een goed voorbeeld van onze praktische en doordachte aanpak. Zo’n handig boekwerkje zou elke bezitter van een (oud) gebouw goed van pas komen.

Het heeft even geduurd, maar eind vorig jaar verscheen dan toch het boekje “House inspector”. Deze bijna 300 pagina’s dikke pocket beschrijft in negentien hoofdstukken casco, afwerking en installaties van en in oude en nieuwe gebouwen alsmede gebreken en problemen als vocht en rot. De meeste hoofdstukken bevatten drie hoofdelementen:
- een kort stukje bouwhistorie om speciale constructies te herkennen en begrijpen;
- afbeeldingen van de meest voorkomende schades met een korte toelichting;
- een controlelijst om zelf een systematische, zorgvuldige inspectie te kunnen uitvoeren.
In hun inleiding schrijven auteurs Duncan Marshall en Nigel Dann: “Ons doel om dit boek te schrijven was om een beknopte maar veelomvattende gids over bouwgebreken en gebouwinspectie samen te stellen. Er zijn vele boeken op dit gebied maar de meeste daarvan zijn gericht op professionele bouwinspecteurs die gedetailleerde inspecties uitvoeren voor potentiële huiskopers. Wij voelden dat er een behoefte was aan een algemener en toegankelijker boek, gericht op de duizenden mensen die een gebouw kopen, verkopen of beheren. Een boek dat kort de constructie van oude en moderne bouwwerken uiteenzet en dat ook een aantal elementaire controlelijsten bevat om ervoor te zorgen dat een belangrijk gebrek niet onopgemerkt blijft.”
Duncan en Nigel botsten tegen hetzelfde probleem als wij indertijd met “Monumenten onderhouden”: beknopt en tegelijk veelomvattend betekent het weglaten van veel punten die je wel uitgebreider had willen behandelen. Richtten wij ons uitsluitend op onderhoud aan monumenten, Duncan en Nigel hebben ook ingrijpend herstel en verbouwingen in beeld gebracht. Daarmee is “House inspector” precies wat de achterflap aangeeft: een introductie voor huisinspecties en/of een handig naslagwerkje. Het heeft inmiddels zijn weg al gevonden naar vele Engelse huizenbezitters. Ik wist dat Nigel met het samenstellen van het boekje bezig was, maar werd in mei toch nog verrast toen hij me met enige trots en veel dank voor onze steun en inbreng een exemplaar overhandigde. Daar doorheen bladerend kwamen niet alleen de onderwerpen me heel bekend voor, maar ook een aantal van de voorbeelden. Niet verwonderlijk, omdat de foto’s gemaakt werden tijdens onze wandelingen in Engeland en Nederland. “You are such a good example; the best thing was to take that”.

