NVMz-nieuws
nummer 2, april 2004
INTERVIEW

Linda Boot, projectdirecteur samenvoeging ROB-RDMz

Linda Boot, projectdirecteur samenvoeging ROB-RDMz
Linda Boot, projectdirecteur samenvoeging ROB-RDMz

Dat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in Zeist en de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek in Amersfoort worden samengevoegd is ons bekend. Maar wie leidt, begeleidt, coördineert en initieert dit proces? Hieronder een kennismaking met ‘projectdirecteur samenvoeging’ Linda Boot.

U bent in 2003 aangesteld als ‘projectdirecteur samenvoeging ROB-RDMZ’. Kunt u iets zeggen over uw achtergrond en wat u als uitdaging ziet van dit project?

Belangstelling en interesse voor ‘spullen’ heb ik altijd al gehad. Ik heb industrieel ontwerpen aan de Technische Universiteit Delft gestudeerd. Daarna heb ik in het bedrijfsleven gewerkt. Op den duur vond ik een bedrijf te ééndimensionaal, vooral op geld gericht. Ik wilde meer maatschappelijk relevant werk doen en kwam terecht bij het Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam, waar ik gewerkt heb als hoofd marketing en vervoersontwikkeling en later als hoofd Vervoer bij het Busbedrijf. Leidinggeven aan 1100 buschauffeurs, verkeersleiding etc en ook aan een aantal ingrijpende veranderingsprocessen, zeker in die tijd. Tegelijk ben ik toen sociologie gaan studeren, richting ‘arbeid en organisatie’.

Toen ik mijn scriptie moest gaan schrijven en zwanger werd, wilde ik even een baan in de luwte, bij de provincie Zuid-Holland. Maar de luwte beviel toch niet en ik ben teruggegaan naar Amsterdam waar ik de fusie tussen de stadsdelen De Pijp en Zuid heb begeleid. Ik heb daar gemerkt, dat het heel verfrissend kan zijn om op basis van een missie, een visie en een strategie een organisatie en alles wat daarbij komt kijken weer eens opnieuw neer te zetten. Een fusie is een uitgelezen mogelijkheid om opnieuw te bekijken wat je kan veranderen. Heel belangrijk daarbij is dat je niet het kind met het badwater weggooit. Kortom, luister naar de medewerkers en ga uit van hun kennis en ervaring. Respecteer kun kennis en hun problemen en gooi nooit de inhoud weg. Bovendien moet het hele proces niet te lang duren.

Na zes jaar Oud Zuid zou ik bij de sociale dienst in Amsterdam gaan werken maar toen deed zich deze baan bij de RDMZ-ROB voor. En dat was wel heel uitdagend. Dus heb ik de sociale dienst maar afgezegd. Het is niet alleen een interessante klus maar ook het werk dat de diensten doen, de combinatie van ‘spullen’ en mensen en verhalen spreekt mij erg aan. Monumentenzorg komt steeds meer los van het object te staan en de verhalen, herinneringen en betekenissen horen er onlosmakelijk bij.

Wat voor beeld heeft u gekregen van de monumentenzorgers als beroepsgroep?

Er is binnen de beroepsgroep enorm veel kennis aanwezig met betrekking tot onder andere het behouden en restaureren van het erfgoed. De kennis is één van de dragers van de samenvoeging. De interactie met de maatschappij kan denk ik verder verbeterd worden. Het is erg belangrijk om duidelijk te maken wáárom iets waarde heeft, zodat mensen zich meer van de (waardevolle) omgeving bewust worden. In een tijd van globalisering en individualisme kan het erfgoed binding geven met de verhalen, de geschiedenis en de plek. Dat er veel belangstelling voor is, blijkt uit televisieprogramma’s, Open Monumentendagen en de vele publicaties die verschijnen. De uitdaging is om het in de hectische levens van mensen behapbaar aan te bieden en voor een breed publiek toegankelijk te maken.

Wat is de reden om beide diensten samen te voegen en wat is de doelstelling?

Erfgoed heeft geen grens en beweegt zich steeds breder. De vakgebieden en werkzaamheden van beide diensten horen eigenlijk logisch bij elkaar. Het is al langere tijd een diepe wens van in elk geval een deel van beide organisaties en er zijn eerder al diverse aanlopen geweest. De meerwaarde van de samenvoeging is dat een integrale benadering beter mogelijk is en het verhaal gecompleteerd kan worden. Bovendien is een verbreding van de dienstverlening mogelijk. Belangrijk is ook dat met een samengevoegde, brede dienst een betere positie verworven kan worden om onze ideeen over behoud en ontwikkeling van cultuurhistorisch erfgoed uit te dragen en te bewerkstelligen, om zodoende genoeg invloed op de ruimtelijke ontwikkeling van ons land te krijgen.

U komt bij beide organisaties. Zijn er grote cultuurverschillen en hoe kan een synergie in de nieuwe organisatie worden bereikt?

De cultuur, de aanpak én de inhoud van het werk zijn verschillend. Qua speelveld is de gebouwde monumentenzorg diverser en bewerkelijker. De verschillen komen ook voort uit de vigerende wetgeving en de geschiedenis van beide organisaties. Maar er zijn mij meer overeenkomsten dan verschillen opgevallen. Het zijn beide rijksdiensten. Ik merk dat de verschillen wegvallen als over het doel van de samenvoeging wordt gesproken. We hebben hierin een gezamenlijk doel; de focus is gelijkgericht. Synergie zal op basis van de inhoud gevonden en bereikt worden. We werken nu aan een gezamenlijke missie, visie en strategie waarin onze collectieve ambitie wordt geformuleerd op basis van een gemeenschappelijk inhoudelijk perspectief zodat we meer naar elkaar toe komen. Hoewel de diensten wel een eigen kijk hebben op bepaalde zaken, zijn grenzen als het ware aan het wegvallen. We zullen hard moeten werken aan een cultuur en identiteit maar de collectieve ambitie motiveert ons om juist naar de overeenkomsten te kijken.

Is de samenvoeging ook een reorganisatie en/of een bezuiniging?

Voorop staat dat met de samenvoeging een inhoudelijke meerwaarde wordt bereikt. Daarnaast levert het schaalvoordeel in de aansturing en bedrijfsvoering ook een bezuiniging op, en dat moet ook, want wij moeten de zgn. Balkenende taakstelling nog structureel invullen. Het is, omdat je de organisatie opnieuw opzet, ook een reorganisatie. Op basis van onze missie, visie en strategie zal een nieuwe organisatiestructuur gevormd worden. De kern hierbij is dat de specialismen, die van vitaal belang zijn voor de dienst zo min mogelijk aangetast worden. Veel functies zullen een beetje veranderen, maar de bestaande kennis en de bestaande specialismen, onze sterke punten, blijven overeind.

Waarom vernemen mensen in het werkveld zo weinig over de samenvoeging? Als betrokkene wil je toch een idee hebben van de reden en de doelstelling.

Ik weet het niet. Misschien is het wel niet zo interessant voor het werkveld? Het is veel intern denk en doewerk natuurlijk, het veld moet straks gaan merken wat de meerwaarde is van de samenvoeging, dat lijkt me het belangrijkst.

Wat gaat het veld merken van de samenvoeging?

De nieuwe organisatie kan breder en meer integraal adviseren. Als gesprekspartner hebben we een bredere en diepere expertise. Voor de wetenschap en voor de politiek kunnen we beter en integraler aangeven wat op de agenda geplaatst moet worden. Onze positie ten opzichte van de politiek, de beleidsontwikkeling en het veld is verbreed. We worden opener en gaan actiever met onze kennis om. Als je het serieus meent met het cultureel erfgoed dan is het belangrijk dat de nieuwe organisatie beter en meer naar buiten treedt met de nu soms gesloten bulk aan kennis.

De nieuwe organisatie zal ook een nieuw gebouw krijgen. Kunt u iets zeggen over de stand van zaken met betrekking tot de nieuwbouw?

Het idee voor een nieuw gebouw was er al vóór het idee van de samenvoeging. In 1999 is besloten tot ‘samenwonen’ dat mogelijk tot een ‘huwelijk’ zou leiden. De staatssecretaris heeft onlangs toestemming gegeven het oorspronkelijke ontwerp in een iets kleinere opzet uit te werken. In 2007 moet het gebouw er staan. In 2005 is de samenvoeging afgerond en zullen we dus tijdelijk op meer locaties gehuisvest zijn.

Hoe ziet een gemiddelde werkdag er voor u uit?

Vooral veel praten, met medewerkers, met mensen die in de werkgroepen bezig zijn, met het middenkader, de directies, met de Directie Cultureel Erfgoed van het ministerie en met mensen van buiten de organisaties. Ik zuig alle informatie op, verwerk het en probeer het weer in te zetten in het proces. Steeds met de gedachten in het hoofd: hoe kunnen we de samenvoeging vormgeven, hoe gaat het er uitzien wat betreft inhoud, personeel, communicatie, etc. Uit mijn digitale logboekje, dat ik rondstuur binnen de beide diensten, blijkt het een bonte verzameling gesprekken te zijn. Ik probeer zaken op gang te brengen. Het proces is van de mensen zelf waarin ik faciliterend stuur. Het is vaak zoeken en het kan soms ook verschillende kanten op.

Wat zijn de grootste moeilijkheden die u moet overwinnen?

Dat is moeilijk te zeggen. Ik vind het niet de grootste moeilijkheid, maar de onzekerheid die een samenvoeging voor de medewerkers meebrengt, speelt een grote rol en die onderken ik. Je weet wat je hebt en niet wat je gaat krijgen. Ik ervaar niet echt weerstand maar meer onzekerheid. Het feit dat het inhoudelijke deel goed terug zal komen in de nieuwe organisatie is belangrijk om de mensen te motiveren.

Sabine Broekhoven

Jaargang 2009
nummer 1, januari 2009
Jaargang 2009, nummer 1
Jaargang 2008
nummer 3, augustus 2008
Jaargang 2008, nummer 3
nummer 2, april 2008
Jaargang 2008, nummer 2
Jaargang 2007
nummer 2, april 2007
Jaargang 2007, nummer 2
nummer 1, januari 2007
Jaargang 2007, nummer 1
Jaargang 2006
nummer 2, december 2006
wederopbouw
Na-oorlogs bouwen in Overijssel
nummer 2, december 2006
restauratie
Restauratie Villa Pera in Baarn
nummer 2, december 2006
actualiteiten
De nieuwe Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten
nummer 2, december 2006
boeken
Goed voorbeeld doet goed volgen
nummer 2, december 2006
mededelingen
Nieuws van bestuur en redactie
Jaargang 2005
nummer 2, april 2005
Jaargang 2005 jubileumnummer 2/3
nummer 1, januari 2005
Jaargang 2005, nummer 1
Jaargang 2004
nummer 4, oktober 2004
wederopbouw
Naoorlogse Bouwkunst — 2
nummer 4, oktober 2004
interview
M. Hendriksen-Ansing, voorzitter van de Stichting 2003 Jaar van de Boerderij
nummer 4, oktober 2004
bouwhistorie
Het bouwhistorisch onderzoek van kelders in Arnhem
nummer 3, juli 2004
restauratie
Kasteel Nederhemert
nummer 3, juli 2004
restauratie
De Heilige Servatius
nummer 2, april 2004
restauratie
Het voormalig Oostelijk Stoomgemaal van het Hoogheemraadschap van Schieland
nummer 2, april 2004
interview
Linda Boot, projectdirecteur samenvoeging ROB-RDMz
nummer 2, april 2004
restauratie
Gevelsteen “IndeVier Heems Kinderen”, Spaarne 94 te Haarlem
nummer 1, januari 2004
restauratie
De Antichambre: Een vertrek in het stadhuis van Haarlem
nummer 1, januari 2004
interview
Herman van Santen, wethouder Ruimtelijke Ordening van de gemeente Gorinchem
nummer 1, januari 2004
restauratie
Restauratie beeldengroep: “de Vier Jaargetijden”
nummer 1, januari 2004
wederopbouw
Naoorlogse Bouwkunst — 3
Jaargang 2003
nummer 2, april 2003
interview
Gerard Overeem en Hendrik-Jan Tolboom: bevlogen natuursteenkenners
nummer 1, januari 2003
monumenten
Boerderij “Bouwlust” in Bergambacht
nummer 1, januari 2003
restauratie
Perikelen bij orgelrestauraties
20 maart 2013 (afgerond)
Studiedag met TNO in Delft: Resultaatgericht restaureren

Het Bestuur van de Nederlandse Vereniging vanĀ  Monumentenzorgers en TNO Bouw te Delft nodigen leden en relaties uit voor de jaarlijkse gezamenlijk...

[meer info]