NVMz-nieuws
nummer 1, januari 2004
WEDEROPBOUW

Naoorlogse Bouwkunst — 3

In de vorige bijdrage over de naoorlogse bouwkunst ben ik ingegaan op de opbouw van de naoorlogse woningen en woonwijken en de problemen die nu spelen in de naoorlogse wijken. Om deze problemen aan te pakken is door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeleid (VROM) beleid opgesteld in de Nota Stedelijke Vernieuwing en de Nota Mensen Wensen Wonen. Ook is hieraan een subsidieregeling verbonden: het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV).

Luchtfoto Den Haag, Mariahoeve
Luchtfoto Den Haag, Mariahoeve
Soesterkwartier te Amersfoort
Soesterkwartier te Amersfoort

De waardering van de naoorlogse wijken leek lange tijd een soort ‘afwijking’ van enkele architectuurhistorici, die de architectuur en stedenbouw uit deze periode zien als een belangrijke ontwikkeling in de Nederlandse architectuurgeschiedenis. Als een periode van vernieuwing op het gebied van architectuur door nieuwe materialen en werkwijzen. Het was ook een tijd van vernieuwing van het stedenbouwkundig ontwerp door nieuwe verkavelingspatronen, nieuwe ideeën over gemeenschapsvorming en een belangrijkere rol van het verkeer als ordeningsprincipe. Dat deze vernieuwing niet overal tot leefbare en aantrekkelijke wijken heeft geleid, is gezien de complexiteit van de opgave geen wonder. Toch verdienen deze wijken meer aandacht voor de bestaande (soms verhuld geraakte) kwaliteiten.

De naoorlogse wijk in historisch perspectief

Om deze kwaliteiten onder de aandacht te brengen bij gemeenten, woningcorporaties, architecten en stedenbouwkundigen heeft de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ), al dan niet in samenwerking met andere betrokkenen, instrumenten ontwikkeld om de cultuurhistorie beter in te kunnen brengen bij de herstructureringsplannen voor de naoorlogse wijken.

Allereerst is er een methode ontworpen om de cultuurhistorische waarden in beeld te brengen. De afgelopen jaren zijn twee brochures verschenen onder de titel De naoorlogse wijk in historisch perspectief. Deze publicaties kwamen tot stand door toedoen van de RDMZ en VROM (Rijksplanologische Dienst en het Directoraat van de Volkshuisvesting, nu: DG Ruimte en DG Wonen), in samenwerking met de VNG. Beide brochures zijn breed verspreid onder gemeenten en woningcorporaties.

De twee brochures vormen een tweeluik. De eerste presenteert een eenvoudige en snelle methode voor het daadwerkelijk in kaart brengen van cultuurhistorische waarden in de naoorlogse woonwijken. De methode bestaat uit drie fasen:

  1. Een historische analyse, op basis van het oorspronkelijke ontwerp
  2. Het in kaart brengen van de herkenbare onderdelen van de wijk, zoals wegen, groen en water, woonbebouwing naar type (laagbouw, middelhoog en hoogbouw), bijzondere bebouwing, ‘landmarks’ en eventuele zichtlijnen, maar ook verstoringen van het oorspronkelijke plan
  3. Een vertaalslag naar verbetering van de wijk.

Uiteraard is deze laatste stap het lastigst en hangt deze samen met de ambitie die bestaat voor de wijk.

In de vervolgbrochure zijn de resultaten van het uittesten van de methode gedocumenteerd. De gemeenten Den Haag, Leeuwarden en Venlo hebben bij wijze van experiment de methode toegepast in drie naoorlogse woonwijken. De gepresenteerde voorbeelden geven tevens inzicht in de verschillende toepassingsmogelijkheden van de methodiek. Uit de bevindingen van de gemeenten bleek de methode onafhankelijk te zijn van de fysieke grootte van de gemeente, de actuele problematiek in de wijk en de ontwerpopvatting die aan de wijk ten grondslag lag. De methode is uiteraard geen garantie voor behoud van (delen van) een wijk. Wel maakt het de cultuurhistorie als een volwaardige afwegingsfactor mogelijk bij de beslissing over de toekomst van de naoorlogse wijken.

Typologie van de vroeg-naoorlogse woonwijken

Stadsontwikkeling was in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog vooral het terrein van de stedenbouwers. In deze tijd werd de ontwerper nog beschouwd als degene die intuïtief, als kunstenaar, de trend van de maatschappelijke ontwikkeling aanvoelde en daarin zijn tijd vooruit was. Voor deze deskundigheid kreeg hij alle ruimte en was op deze wijze in staat zijn stedenbouwkundig visie vorm te geven. Naast het feit dat hij zich kunstenaar voelde, zag hij het als zijn plicht de leefsituatie van de mens te verbeteren. Hij ontwierp voor de toekomst en introduceerde nieuwe woonvormen. In de loop van de jaren zestig veranderde de rol van de stedenbouwkundige. Hij raakte beklemd tussen de eisen van de diverse overheden, die van zijn opdrachtgever(s), de belegger(s), de bouwbedrijven en pressiegroepen. De veranderde positie van de stedenbouwkundige van vorm naar functie betekende tevens een wijziging van de rol van ruimte en de ruimtebeleving in het stedenbouwkundig ontwerp.

Stedenbouw kent drie vormen van ruimtebeleving: de utilitaire/functionele, de sociaal-culturele en de esthetische ruimtebeleving. De utilitaire/functionele beleving heeft te maken met de praktische opgave van het samenbrengen van functies en het (laten) werken daarvan. De sociaal-culturele beleving heeft betrekking op de betekenisdragende objecten en identiteit-bepalende elementen en structuren van de omgeving voor de samenleving. De esthetische beleving bestaat in de louter beeldbepalende betekenis, de ervaring van schoonheid of harmonie.

In de discussie over de herstructurering van de naoorlogse wijken komt de esthetische ruimtebeleving te weinig aan bod. Het gaat vooral om de ‘harde’, afrekenbare gegevens als aantal woningen, vierkante meters en functies. Het rapport Typologie van de vroeg-naoorlogse woonwijken gaat in op de vormgeving. Allereerst op de achtergronden van het ontstaan van de naoorlogse wijken, om het kader te scheppen. (Dit heeft u voor een deel kunnen lezen in Naoorlogse bouwkunst, deel 2 in NVMz Nieuws, nr. 4 2003.) Vervolgens wordt de gebruikte typologie in de vroeg-naoorlogse wijken besproken: de verkavelingswijzen, de buurteenheden en hun ontsluiting en de stedenbouwkundige patronen van de wijken. Belangrijkste verschillen met de vooroorlogse wijken waren de verschuiving van gesloten, aan de straat gelegen bouwblokken naar de open bebouwingswijze, met herhaalde bouwblokken in veelal gemeenschappelijke groenaanleg.

Zowel de brochures De naoorlogse wijk in historisch perspectief, als het rapport Typologie van de vroeg-naoorlogse woonwijken of de gelijknamige, samenvattende brochure zijn te verkrijgen bij de RDMZ.

Anita Blom
Projectcoördinator Wederopbouw van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg

Jaargang 2009
nummer 1, januari 2009
Jaargang 2009, nummer 1
Jaargang 2008
nummer 3, augustus 2008
Jaargang 2008, nummer 3
nummer 2, april 2008
Jaargang 2008, nummer 2
Jaargang 2007
nummer 2, april 2007
Jaargang 2007, nummer 2
nummer 1, januari 2007
Jaargang 2007, nummer 1
Jaargang 2006
nummer 2, december 2006
wederopbouw
Na-oorlogs bouwen in Overijssel
nummer 2, december 2006
restauratie
Restauratie Villa Pera in Baarn
nummer 2, december 2006
actualiteiten
De nieuwe Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten
nummer 2, december 2006
boeken
Goed voorbeeld doet goed volgen
nummer 2, december 2006
mededelingen
Nieuws van bestuur en redactie
Jaargang 2005
nummer 2, april 2005
Jaargang 2005 jubileumnummer 2/3
nummer 1, januari 2005
Jaargang 2005, nummer 1
Jaargang 2004
nummer 4, oktober 2004
wederopbouw
Naoorlogse Bouwkunst — 2
nummer 4, oktober 2004
interview
M. Hendriksen-Ansing, voorzitter van de Stichting 2003 Jaar van de Boerderij
nummer 4, oktober 2004
bouwhistorie
Het bouwhistorisch onderzoek van kelders in Arnhem
nummer 3, juli 2004
restauratie
Kasteel Nederhemert
nummer 3, juli 2004
restauratie
De Heilige Servatius
nummer 2, april 2004
restauratie
Het voormalig Oostelijk Stoomgemaal van het Hoogheemraadschap van Schieland
nummer 2, april 2004
interview
Linda Boot, projectdirecteur samenvoeging ROB-RDMz
nummer 2, april 2004
restauratie
Gevelsteen “IndeVier Heems Kinderen”, Spaarne 94 te Haarlem
nummer 1, januari 2004
restauratie
De Antichambre: Een vertrek in het stadhuis van Haarlem
nummer 1, januari 2004
interview
Herman van Santen, wethouder Ruimtelijke Ordening van de gemeente Gorinchem
nummer 1, januari 2004
restauratie
Restauratie beeldengroep: “de Vier Jaargetijden”
nummer 1, januari 2004
wederopbouw
Naoorlogse Bouwkunst — 3
Jaargang 2003
nummer 2, april 2003
interview
Gerard Overeem en Hendrik-Jan Tolboom: bevlogen natuursteenkenners
nummer 1, januari 2003
monumenten
Boerderij “Bouwlust” in Bergambacht
nummer 1, januari 2003
restauratie
Perikelen bij orgelrestauraties
20 maart 2013 (afgerond)
Studiedag met TNO in Delft: Resultaatgericht restaureren

Het Bestuur van de Nederlandse Vereniging vanĀ  Monumentenzorgers en TNO Bouw te Delft nodigen leden en relaties uit voor de jaarlijkse gezamenlijk...

[meer info]