NVMz-nieuws
nummer 1, januari 2004
RESTAURATIE

De Antichambre: Een vertrek in het stadhuis van Haarlem

Het Lodewijk XV plafond met één van de kariatiden in de originele situatie in het huis Grote Houtstraat 120
Het Lodewijk XV plafond met één van de kariatiden in de originele situatie in het huis Grote Houtstraat 120
De schouw, die oorspronkelijk deel uitmaakte van het Lodewijk XV-interieur (Silver Ruppe)
De schouw, die oorspronkelijk deel uitmaakte van het Lodewijk XV-interieur (Silver Ruppe)

Het stadhuis van Haarlem bestaat uit verscheidene gebouwen, daterend uit diverse perioden. Onderdeel van het complex is de huidige Prinsenhofvleugel, welke is ontstaan omstreeks 1380 als deel van het voormalige Dominicanenklooster. In 1590 werd het ingrijpend verbouwd tot Prinsenlogement en diende tot verblijfplaats van de stadhouder, als deze op bezoek kwam. Ook andere steden troffen dergelijke voorzieningen, in den regel Prinsenhof of Prinsenlogement genoemd. Uit die tijd dateert de huidige naamgeving. In 1622 werd de huidige raadzaal als vergaderruimte voor het stadsbestuur in gebruik genomen en ontstond het vertrek, dat nu als Antichambre bekend is. In het midden van de 18de eeuw werd de gevel aan het Prinsenhof ingrijpend vernieuwd en ontstond het huidige aanzien. Tijdens de 18de eeuw was de antichambre als concertkamer of muziekkamer in gebruik. Provinciale Staten vergaderden omstreeks het midden van de 19de eeuw in de Raadzaal. De huidige antichambre was toen in gebruik als gouverneurskamer. Na afloop van vergaderingen kwamen de statenleden in deze kamer bijeen om bij te praten onder het genot van een glas en een sigaar. Van 1862 tot 1914 is het vertrek als leesmuseum in gebruik bij ‘De Leesvereeniging te Haarlem’. Na opheffing van deze instelling werd de ruimte ingericht tot leesruimte voor de leden van de gemeenteraad. Toen ontstond de naam Antichambre, zoals dat nog steeds het geval is. In 1961 werd de antichambre gerestaureerd. Daarbij werd het huidige plafond in Lodewijk XV-stijl aangebracht. Dit plafond is afkomstig uit het huis Grote Houtstraat 120. In 1957 werd daar de winkelruimte vergroot. Dat ging ten koste van een rijk gedecoreerd vertrek geheel in Lodewijk XV-stijl. Het vertrek was voorzien van een lambris, wandpanelen, schoorsteenbetimmering en plafondornamenten. Een rijk geornamenteerde, monumentale schouw van wit marmer vormde het pronkstuk. Deze is echter helaas verkocht bij de opheffing van de opslagruimte van Monumentenzorg.

In de hoeken van het plafond waren in de originele situatie vergulde houten beelden aangebracht, die als kariatiden het plafond ondersteunden. Zij stelden de vier jaargetijden voor. Het hele interieur werd gedemonteerd en naar de gemeentelijke opslag voor historische bouwmaterialen overgebracht. Dat kon toen nog! Het betreffende huis werd pas begin jaren zestig op de rijksmonumentenlijst geplaatst.

Bij het herstel van de antichambre in 1961 werd het plafond daar als museale opstelling aangebracht. Het paste goed bij het uiterlijk van de Prinsenhofvleugel uit dezelfde tijd. De afmetingen kwamen niet geheel overeen, vandaar dat er onbewerkt strokenplaatmateriaal rondom werd aangebracht met aan de lange zijden nog een strook met indirecte verlichting. De vier jaargetijden verhuisden in een kist met houtwol naar één van de zolders van het stadhuis. Bijna tweeënveertig jaar lang lagen deze kostbare onderdelen in een vergeten hoekje.

Nadat in 2002 de raadzaal was heringericht (zie het NVMznieuws 2002-3) kreeg ik de vervolgopdracht om ook de antichambre opnieuw in te richten. De opdracht was om de ruimte meer het karakter van een stijlkamer te geven.

De veranderingen betroffen: het vernieuwen van de wandbespanning, de verlichting en het elektra, en het aanpassen van de beveiligingsinstallatie, de kleurstelling en het meubilair (vernieuwing vergadertafel, en het opnieuw bekleden van de bestaande stoelen).

In 2001 kreeg ik de opdracht om het bestaande projecttapijt te vervangen, wat uiteindelijk resulteerde in een eiken parketvloer. Dit vormde de aanzet voor de nieuwe inrichting. De indirecte verlichting was niet erg fraai en gaf ook heel weinig lichtopbrengst. De aanpassingen aan het plafond vormden gelijk een goede aanleiding om de vier beelden weer met het plafond te verenigen. De beelden zijn uit de kisten met houtwol gehaald en het bleek al gauw dat deze niet zomaar hergebruikt konden worden.

Bestaande toestand Antichambre
Bestaande toestand Antichambre
Eén van de vier vergulde beelden, die tevoorschijn kwamen
Eén van de vier vergulde beelden, die tevoorschijn kwamen
Bestaande toestand Antichambre
Bestaande toestand Antichambre
Overzichtsfoto van het aanbrengen van de wandbespanning ter plaatse van de boekenkast
Overzichtsfoto van het aanbrengen van de wandbespanning ter plaatse van de boekenkast

De nieuwe kleurstelling gaf mij de mogelijkheid om de radiatoren weg te werken achter een simpele betimmering en de vlakke deklijsten op de boekenkast te voorzien van cannelures.

Uit de begroting bleek al snel dat het beschikbare budget niet toereikend was. De moeilijke keuze wat wel en wat niet uit te voeren moest worden gemaakt. Na overleg is er voor gekozen om over te gaan tot uitvoering van de bouwkundige onderdelen, die later moeilijk inpasbaar zijn, te weten de wandbespanning, de beelden en de kleurstelling met de aftimmeringen. De nieuwe vergadertafel kwam hiermee te vervallen. Uit een ander ‘potje’ konden we hiervoor een nieuw tafelkleed laten maken en de stoelen laten herstellen en opnieuw bekleden.

Een collega bracht mij in contact met Ewout Langenberg Decoratiewerken uit Den Haag. Hij restaureerde de beelden, hoe en waarmee leest u in zijn bijdrage aan dit artikel. De beelden werden uit Haarlem opgehaald en in Den Haag gerestaureerd. In de tussentijd werd de electra-, telefoon- en beveiligingsinstallatie gesaneerd en aangepast. De aannemer ging aan de slag om de radiatoromtimmeringen te maken en de stroken met indirecte verlichting aan het plafond te veranderen in een afwerking waarin 18 verstelbare inbouwspots (type: Carre wit) gemonteerd werden. Verder hebben zij een ondergrond gemaakt om de Kariatiden straks op te bevestigen als de bespanning is aangebracht.

Hierna ging de schilder aan de gang om het gehele plafond, waarin de naden zichtbaar waren van het in 1961 gebruikte plaatmateriaal, te beplakken met een hele fijne Scan en daarna af te werken met muurverf. Dit is niet gerold maar gespoten.

Voor de kleurstelling van al het houtwerk ben ik uit gegaan van drie kleuren groen (kleurnummers S 3010 - G 90 Y, S 5010 - G 90 Y en S 6010 - G 90 Y), mooie zware kleuren welke goed aansluiten bij de bespanning. De eis om te werken met watergedragen verfsoorten maakt de uitvoering van restauratieschilderwerk niet altijd gemakkelijk, zeker bij grote vlakken en waar veel snijwerk moet worden geschilderd.

Deze werkzaamheden gaven al een heel ander beeld van de kamer en dat terwijl met de grootste verandering nog moest worden begonnen: de vernieuwing van de wandbespanning.

De oude bespanning was al weggehaald om te kijken of de onderregels nog goed waren en of er nog regels voor de bevestiging van de bespanning moesten worden bijgeplaatst. Daarbij kon ook worden gekeken of er in het achterliggende oude muurwerk nog bouwsporen te zien waren. Deze bleken volop aanwezig! In twee muren waren de restanten van schouwen te zien. Helaas was er onvoldoende tijd voor een uitgebreide documentatie van deze fragmenten. Wel werden alle bouwsporen fotografisch vastgelegd. Omdat er geen wijzigingen in het muurwerk plaatsvonden blijft een uitgebreid onderzoek door een volgende generatie mogelijk.

De bestaande regels werden uitgevlakt met stroken triplex, welke op de regels werden gelijmd, voordat er met het echte werk kon worden begonnen. Dit echte werk hield meer in dan ik had verwacht. Het was voor mij tenslotte ook de eerste keer dat ik te maken kreeg met een nieuw aan te brengen bespanning.

De stroken triplex zouden ook eventuele roestplekjes van de oude spijkertjes waar de oude bespanning vroeger mee was vast gezet ‘isoleren’.

Ten eerste werd i.v.m. de kale, ruwe en stoffige muren over alle regels een plasticfolie gespannen om te voorkomen dat het stof op de bespanning doorslaat.

De zijgevel van de Antichambre is vroeger een gevel geweest van de voormalige kapel van het klooster dat op die plek heeft gestaan. Op deze plek heeft ook een grote schouw gestaan waarvan de resten nog duidelijk aanwezig waren. Vandaar dat het zo spijtig is dat de unieke schouw, die oorspronkelijk behoorde bij het Lodewijk XV-plafond, verkocht was, want ook die was op deze plek goed tot zijn recht gekomen. De bespanning was door de restanten van de schouw hier uitgevlakt op zo’n 20cm van de muur waardoor er eerst een jute met een speciale stoffeerdersrug van linnen als backing is aangebracht om wat meer body aan het nog aan te brengen molton te geven zodat deze niet door kan gaan staan. Over het jute en bij de andere muren op de betengeling werd de ondergrond voor de bespanning aangebracht, namelijk een zeer vaste zware Belgische Molton van 1,60 m breed. Bij uitstek geschikt voor wandbespanning. Dit werd verlijmd aangebracht met een speciale lijm, die niet doorslaat door de stof heen, en op spanning gebracht door stoffeerders-spelden van 5 cm met plastic koppen op zo’n 12 tot 15 cm van elkaar in de tengels te drukken. Om hun handen niet teveel te beschadigen gebruikten de stoffeerders wielerhandschoentjes. Ook werden er wel grote nieten in geschoten met het tackerapparaat. Deze nieten werden er niet helemaal in geschoten om de draden van het weefsel niet blijvend te beschadigen en na droging van de lijm ze weer gemakkelijk te kunnen verwijderen. Daarna werden op de grote vlakken tijdelijk dunne houten tengels aangebracht om het geheel op spanning te laten drogen.

De stof wordt met een spatel tussen de betimmering geslagen
De stof wordt met een spatel tussen de betimmering geslagen
Het schietlood wordt gebruikt voor het patroon van de bespanning
Het schietlood wordt gebruikt voor het patroon van de bespanning
Het eindresultaat
Het eindresultaat

De stof Sussex Damask van de bespanning werd ruim van tevoren uitgezocht. Het is een geschoren stof, waardoor deze telkens anders is ten opzichte van de lichtinval. Het viel dan ook niet mee om een bespanning uit te zoeken voor een ruimte met een hoogte van zo’n 4,60m en een totale oppervlakte van 98 m2. De ruimte moest dan wel een uitstraling krijgen van een stijlkamer, maar daarnaast ook bruikbaar zijn als werkruimte en vergaderkamer. Enige ‘rust’ in de afwerking, waardoor je niet het gevoel krijgt dat de muren op je afkomen, was daarom gewenst.

Nadat de opdracht was verstrekt is de ruimte ingemeten en de stof besteld. Deze wordt gefabriceerd in een Belgische Damast weverij in opdracht van een Amerikaanse firma. De stof heeft een breedte 1,40m. In het atelier zijn de banen op patroon voor iedere wand aan elkaar zijn genaaid. De patronen moeten natuurlijk op dezelfde hoogte doorlopen en in de hoeken in elkaar overgaan.

In de kamer zijn nogal wat profiellaten, architraven e.d. gebruikt. De architraven vormden bijna één geheel met de kozijnen en konden alleen d.m.v. slopen verwijderd worden. Om die reden hebben we afgesproken het begin en de einden van de bespanning niet weer met een lat af te dekken, maar blind (zonder afwerking) te verwerken. Op zich is dat geen probleem, het vergt alleen wat meer vakmanschap van de stoffeerders. Nu begon men met het uitmeten van het patroon om zoveel mogelijk met hele of halve motieven te beginnen of te eindigen. Ook deze stof werd op dezelfde manier verlijmd aangebracht. De stof wordt met een spatel tussen de betimmering geslagen. Op de foto’s is dit te zien, ook het schietlood dat werd gebruikt voor het patroon en de stoffeerders-spelden zijn hierop zichtbaar.

Het doorspannen is een precisiewerk, de naden dienen altijd verticaal te blijven en het is één van de meest tijdrovende klusjes omdat het stukje voor stukje gaat. Als er niet vakkundig wordt doorgespannen gaan de stiknaden hol en bol lopen. Dit komt daarna nooit meer goed in model. Na iets meer dan twee weken was de hele ruimte bespannen en hadden de stoffeerders hun werk heel fraai opgeleverd. Nu konden de kariatiden worden gemonterd. Niet op de oorspronkelijke plaatsen in de hoeken als ondersteuning van het plafond zoals ze voor 1958 in de Grote Houtstraat ooit hebben gezeten, maar nu in een museale opstelling in de originele omgeving van het plafond. Immers, omdat het plafond eigenlijk te klein was voor de antichambre was plaatsing in de hoeken van kamer en plafond niet mogelijk. Toch heeft dit tot nogal wat discussie geleid.

Nadat de stof voor de stoelen was uitgezocht zijn deze ook opnieuw gestoffeerd en is er voor de tafel een nieuw tafelkleed vervaardigd. Boven de vergadertafel zijn drie mond geblazen armaturen van Roberto & Luovica Palomba opgehangen (type “Dom Grande”) welke net als de spots dimbaar zijn uitgevoerd. Dit heeft als voordeel dat de ruimte ook voor andere doeleinden gebruikt kan worden.

Het eindresultaat is op de overzichtsfoto te zien.

Martin Busker

Met dank aan onderstaande personen, bedrijven en instellingen:
Opdrachtgever, Facilitairedienst, Gemeente Haarlem
Ontwerp/Begeleiding, Martin Busker SO/ BMA, Gemeente Haarlem
Parketvloer, Master Projectinrichting, Hoofddorp
Restaurateur Kariatiden, Ewout Langenberg, Den Haag
Aannemer, Poell en van der Putten, Haarlem
Elektra, Installaties, Somers Elektrawerken, Haarlem
Schilderwerken, Rijs & Zn, Haarlem
Bespanning, Dols & Co, Amsterdam
Restauratie stoelen, Meubelstoffeerderij Arty, Haarlem
Armaturen, Versteeg Lichtstudio, Haarlem
Architectuur historicus, Bart Uittenhout

Literatuur; W.G.M. Cerutti — Het Stadhuis van Haarlem “Hart van de stad”

Jaargang 2009
nummer 1, januari 2009
Jaargang 2009, nummer 1
Jaargang 2008
nummer 3, augustus 2008
Jaargang 2008, nummer 3
nummer 2, april 2008
Jaargang 2008, nummer 2
Jaargang 2007
nummer 2, april 2007
Jaargang 2007, nummer 2
nummer 1, januari 2007
Jaargang 2007, nummer 1
Jaargang 2006
nummer 2, december 2006
wederopbouw
Na-oorlogs bouwen in Overijssel
nummer 2, december 2006
restauratie
Restauratie Villa Pera in Baarn
nummer 2, december 2006
actualiteiten
De nieuwe Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten
nummer 2, december 2006
boeken
Goed voorbeeld doet goed volgen
nummer 2, december 2006
mededelingen
Nieuws van bestuur en redactie
Jaargang 2005
nummer 2, april 2005
Jaargang 2005 jubileumnummer 2/3
nummer 1, januari 2005
Jaargang 2005, nummer 1
Jaargang 2004
nummer 4, oktober 2004
wederopbouw
Naoorlogse Bouwkunst — 2
nummer 4, oktober 2004
interview
M. Hendriksen-Ansing, voorzitter van de Stichting 2003 Jaar van de Boerderij
nummer 4, oktober 2004
bouwhistorie
Het bouwhistorisch onderzoek van kelders in Arnhem
nummer 3, juli 2004
restauratie
Kasteel Nederhemert
nummer 3, juli 2004
restauratie
De Heilige Servatius
nummer 2, april 2004
restauratie
Het voormalig Oostelijk Stoomgemaal van het Hoogheemraadschap van Schieland
nummer 2, april 2004
interview
Linda Boot, projectdirecteur samenvoeging ROB-RDMz
nummer 2, april 2004
restauratie
Gevelsteen “IndeVier Heems Kinderen”, Spaarne 94 te Haarlem
nummer 1, januari 2004
restauratie
De Antichambre: Een vertrek in het stadhuis van Haarlem
nummer 1, januari 2004
interview
Herman van Santen, wethouder Ruimtelijke Ordening van de gemeente Gorinchem
nummer 1, januari 2004
restauratie
Restauratie beeldengroep: “de Vier Jaargetijden”
nummer 1, januari 2004
wederopbouw
Naoorlogse Bouwkunst — 3
Jaargang 2003
nummer 2, april 2003
interview
Gerard Overeem en Hendrik-Jan Tolboom: bevlogen natuursteenkenners
nummer 1, januari 2003
monumenten
Boerderij “Bouwlust” in Bergambacht
nummer 1, januari 2003
restauratie
Perikelen bij orgelrestauraties
20 maart 2013 (afgerond)
Studiedag met TNO in Delft: Resultaatgericht restaureren

Het Bestuur van de Nederlandse Vereniging vanĀ  Monumentenzorgers en TNO Bouw te Delft nodigen leden en relaties uit voor de jaarlijkse gezamenlijk...

[meer info]